Opgroeien in en met de natuur

Ken jij het nog? Bloemenkransen vlechten, klimmen in bomen, hutje bouwen, bootje varen, fikkie stoken en heksensoep maken met bladeren en andere plantresten. Tegenwoordig is leven in en met natuur voor veel kinderen niet meer zo vanzelfsprekend. Het groene buitenspeelparadijs heeft plaatsgemaakt voor stenen vloeren en betonnen muren. Het beeldscherm houdt kinderen van de straat en het supermarktbestaan maakt dat we niet weten wat we eten. Kinderen staan steeds verder af van de natuur en raken los van hun roots. En die verwijdering begint bij onszelf. Wij nemen onze kinderen bij de hand door de natuur.

Auteur: Judith

Het meemaken. Het ervaren. Het doormaken.

Nieuwe ervaringen opdoen, uitdagingen aangaan, op avontuur gaan, dat is in een game toch wezenlijk anders dan in het echie. Eigen gezaaide boerenkool zien groeien is toch anders dan met een paar klikken je oogst binnenhalen in Village Farm. Een driedimensionaal tastbaar kasteel van Duplo geeft meer voldoening dan een digitaal luchtkasteel in Minecraft.  Een eigen ‘oorlogsvloot’ bouwen met geïmproviseerd materiaal uit de natuur leert een kind meer dan een andere stam aanvallen met digitale munitie in Trible Wars. En wedden dat de ogen van een kind meer stralen met een zelfgevangen vis, dan met een TikTok video die meer likes krijgt dan de video van de vorige dag.

Moeder Natuur is een 'opvoeder'.

Het meemaken, het ervaren, het doormaken. Die magische momenten in een kinderjeugd zijn niet alleen onvergetelijk, maar geven ook bagage mee voor wat de rest van het leven geeft (of neemt). Moeder Natuur speelt een rol als opvoeder en voor onderzoekend leren / spelend leren is ze zelfs onmisbaar. Wij nemen onze kinderen bij de hand door de natuur. De natuur geeft zoveel handvatten voor de ontplooiing van een kind. Samen met de natuur ontwikkelt een kind vaardigheden, bouwt het zelfvertrouwen op, leert het risico’s inschatten en beslissingen nemen.

Melk komt van een koe. Tomaten waren bloemen.

Melk komt van een koe en aardappels groeien onder de grond. Tomaten zijn eerst bloemetjes voordat ze ontpoppen tot rode vitaminebommetjes en bonen zijn de ‘zaadjes’ van peulen. Aardbeien in de winter zijn niet vanzelfsprekend en wortels zijn niet altijd oranje. Onze kinderen groeien op met groenten en fruit uit eigen tuin en ze maken van dichtbij de route van zaad naar tomaat mee en het proces van stek naar bes. Er is meer bewustzijn van de seizoenen, want het eten van asperges in de winter is toch best een klein beetje gek.

Voedsel komt uit de grond. Niet uit de supermarkt.

Nee, brood op de plank brengen is zo gewoon nog niet. Dat zullen de kinderen hoogstwaarschijnlijk beamen. Je eigen eten telen vraagt inzet, tijd, aandacht en vergt geduld en soms ook het vermogen om los te laten, want met een flinke vorst begin maart kan de verwachte pruimenoogst volledig geruïneerd worden. De arbeid die in eten zit krijgen kinderen vanaf jongs af aan mee, en daarmee leren ze steeds meer waarderen wat de pot schaft. Voedsel is niet iets wat ‘uit de supermarkt’ komt, maar wat uit de grond groeit en waar mensen hard voor werken.

Eigen boontjes doppen. Daar pluk je vruchten van.

De kinderen maken de teleurstellingen in ‘het veld’ mee, zoals een komkommerbed dat is geteisterd door een plaag en daarmee leren ze dat het buitenleven niet altijd zo rooskleurig is als ’t lijkt. Maar hé, ze maken in de moestuin vooral prachtige herinneringen. Zie hun blije koppies als ze door de moestuin rennen en tomaten plukken, aardbeien in hun mond stoppen of als ze een dikke worm ontdekken in de bodem, want wormen die huizen in je bodem betekent een vruchtbare bodem!

Vlees is van een dier. Dat dier is dood.

De kinderen weten wat ze eten, en dat geldt niet alleen voor de groenten en fruit, maar ook voor vlees. Vlees groeit niet vanuit de supermarktschappen. Het is van een dier dat ooit een levend wezen was. Dat besef lijkt in de hedendaagse maatschappij verdrongen te zijn en die ‘ontdierlijking’ heeft desastreuze gevolgen, want wat niet weet, wat niet deert. Ophokvlees is algemeen geaccepteerd en kiloknallers zijn aan de orde van de dag. Het dierenleed is ontzagwekkend hoog. We proberen de kinderen toch wat anders bij te brengen. Op onze miniboerderij leren we de kinderen respect te hebben voor dieren, ook al eten we ze paar maanden later op. Het principe is simpel: als je een dier wil eten, moet je deze doden. Maar dat moet wel humaan gebeuren.

De dood bestaat. Omdat leven bestaat.

We spiegelen geen rooskleurig plaatje voor van een lieftallig en vreedzaam dierenrijk. Integendeel, we maken echt wel wat natuurgeweld mee. Een haan die wordt doodgepikt, kleine eendjes die vermorzeld worden door kraaien of ratten, rivaliteit tussen katten, een kwartel die kaalgeplukt wordt door z'n soortgenoten, een kat die uit de hoogste boom van Berkenwoude valt, kuikentjes die misvormd geboren worden die niet te redden zijn.

Om dieren geven en dieren eten is niet paradoxaal.

De dood is onlosmakelijk verbonden aan het leven. Maar dat leven moet niet gebukt gaan onder uitbuiting. Daarom krijgen onze kippen goed voer, snoepen ze met regelmaat mee van de restanten groenten en fruit, leven ze in een groot binnenhok en hebben ze een flinke buitenruimte. Onze veertallige diertjes hebben veel meer ruimte dan de op elkaar gestapelde kiloknallerkippen. De kinderen vertroetelen de kuikentjes en geven maar al te graag de beste bramen aan de kippen (en het zijn niet eens Brahmkippen). Om dieren geven en dieren eten gaan prima samen.  

Eindigheid van de natuur. Vereeuwigd in de kringloop.

Daar komen we dan aan bij Amos, het prototype van een buitenkind en deze vrijbuiter heeft een goed besef van de eindigheid van de natuur dat vereeuwigd is in de kringloop. Ja, ja, deze blonde knul wil zelfs Freek Vonk worden. Hij hengelt urenlang langs de slootkanten, bewaart fier de mooiste vissen of andere onbekende slootdieren in z’n aquarium en laat Sila (onze kat) af en toe mee snoepen met een vis. En als ie niet vist, dan is hij waarschijnlijk druk met het onderzoeken van een insect, want deze jonge bioloog heeft z’n eerste basispakket microscoop al in bezit. Wat een jeugd, wat een jeugd!

De appel valt niet ver van de boom.

Het leven in en met natuur doet mij denken aan onze waanzinnig geweldige hiketochten door onder andere in IJsland, Zweden, Noorwegen en Frankrijk. Vroeger toen opa (Mark) en oma (Hellen) nog geen trotse eigenaren waren van hun grijze haren en er nog geen kleinkinderen om hen heen drentelden (zou hier een correlatie tussen zitten?), was het een goede jaarlijkse gewoonte om een aantal dagen ‘off grid’ te zijn. Overleven in een omgeving zonder bebouwing, zonder telefoondekking, zonder campings. Met ongerepte natuur, veel hoogtemeters en zware bepakking. Die wandeldrift en ontdekkingsdrang zit er dik in, ook bij ons en dat projecteren we weer op onze eigen kinderen.

Met klagen bereik je de top niet. Met doorzetten wel.

We hebben nooit begrepen waarom kinderen na een paar daagjes vijf kilometer lopen worden overladen met zoetigheid. De oma des huizes weigerde daar vroeger aan mee te doen als één van ons de avondvierdaagse liep. Goed nieuws: we hebben er geen trauma aan over gehouden, sterker nog, we doen het nu net zo. Een wandeling maken van vijf kilometer is niet zo megaspeciaal dat je kilo’s suiker nodig hebt. Een wandeling van 8 kilometer met 1000 hoogtemeters is wel indrukwekkend als je vier jaar bent. Zo leer je wat doorzettingsvermogen is, weet je hoe het voelt om te zweten, begrijp je dat klagen over het wandelen je niet helpt om de top (of de auto) te bereiken en vooral dat het leuk is om te ervaren, voelen, ruiken, zien en horen.

Niet van de kaart te brengen

Wandelen in de natuur is ook leren voor de kinderen. Leren op de paden te blijven, kaart te lezen, niet te rennen als een weg (steil) omlaag loopt en je zooi na je lunch achter je op te ruimen (zoals altijd). Mooi toch?

Nooit meer koud met wilgenhout
Mark van Buuren | 22 november 2020
Wilgenhout heeft niet de beste reputatie als brandhout. Door de veronderstelde lange droogtijd en relatief lage energieopbrengst per kilo wordt het hout vaak gekwalificeerd als slecht haardhout. Lees onze ervaring.
Beestenbende
Mark van Buuren | 17 november 2020
We hebben weinig op met Darwin's visie op deze wereld, maar het 'Survival of the fittest' is hier dagelijkse realiteit. Voor de meeste dieren die je hier ziet geldt de regel: Eten, of gegeten worden.
Erfdelen realiseren: plekkie voor je stekkie
Judith van Rijn - van Buuren | 23 september 2020
Erfdelen op het platteland. Het is populair, maar wordt weinig gerealiseerd. Er zijn voldoende lege boerenerven en tóch is het vinden van een boerenerf de grootste uitdaging in het realiseren van erfdelen. De reden hiervoor vind je bij vigerende bestemmingsplannen en de (best rigide) woningwet; nieuwe wooninitiatieven worden eerder geweerd dan gefaciliteerd. Terwijl bij de overheid een omslag in denken nodig is, is het omdenken nu voorbehouden aan ‘erfdelers’.

Kijkje in ons dagelijks leven?