• In de media

    Een kijkje van buiten naar binnen

Met enige regelmaat verschijnt er in de media een artikel over kijkjebijdebuuren.nl. Vakbladen, websites, magazines, dagbladen: er is een serieuze interesse voor alternatieve, duurzame en collectieve woonvormen. En we delen onze ervaringen graag! Een kijkje van buiten naar binnen.

2021. Website 'Solar365'

Harm Speksnijder: De Thuisklusser

Soms lees je een verhaal waarvan je denkt: ‘indrukwekkend!’ Dit is zo’n verhaal. Solar365 sprak met Harm Speksnijder (28), duurzaamheidscoördinator bij Boskalis. Hij woont, samen met 12 anderen  (schoonvader en –moeder, hun twee zoons, drie dochters, twee schoonzonen en vier kleinkinderen), op een terrein volledig off-grid. En het gaat veel verder dan dat, want er wordt biologisch gegeten van eigen moestuin, er is bijna geen restafval, kleding komt vaak van de kringloop, luiers worden gewassen en er wordt zelfs eigen wasmiddel gemaakt.

tekst: Simone Tresoor beeld: Stephan Tellier

Bron: https://www.solar365.nl/nieuws/harm-speksnijder-de-thuisklusser-6BA9B5.html

Drie generaties op één terrein leven off-grid

260 zonnepanelen en een eigen warmtenet
Harm is trotse vader van drie kinderen. Zij groeien net iets anders op dan het gemiddelde kind. Met veel speelruimte, fruit uit de boomgaard, eieren van eigen kippen en vlees van eigen kleinvee. Maar ook met stroom van 260 zonnepanelen en een eigen warmtenet. 

De gezinnen wonen in Berkenwoude, een agrarische gemeenschap in de Krimpenerwaard. Zes jaar geleden hebben ze het eerste perceel gekocht en vorig jaar kwam daar het perceel van de buren bij. Alle gezinsleden zijn echte doeners en iedereen draagt, in zijn of haar persoonlijke talent of expertise, bij. De een is goed in communiceren, de ander in IT, de volgende is techneut, er zijn mensen met groene vingers en heel veel ruimte voor eigen inbreng en ontwikkeling.

Een jaaropbrengst van 60 MWh
Ze wonen onafhankelijk van elkaar in soms gedeelde woningen. Er zijn ook veel ruimtes die gedeeld worden, zoals de wasruimte, een ruimte waar ze samen kunnen komen en uiteraard de technische ruimte. Toen ze het perceel kochten noemde de makelaar het ‘een zootje’, daar is nu niets meer van te zien. Alles is grondig aangepakt. Het huis op het eerste perceel is volledig opgeknapt, terwijl het huis van de buren in dusdanig slechte staat was dat het tegen de vlakte moest en opnieuw moest worden opgebouwd.

Speksnijder: “In het begin bleven we nog even afhankelijk van een gasketel en het stroomnet. De basisbehoefte om het gewoon lekker warm te hebben was belangrijk. Maar we legden al snel PV: 260 stuks inmiddels, met verschillende hellingshoeken en oriëntaties voor een zo breed mogelijke dekking gedurende de dag. Ze zijn goed voor ruim 75.000 Wp aan piekvermogen en een geraamde jaar-oogst van ongeveer 60 MWh.”

Een zelfontworpen algoritme
Dat is behoorlijk wat, maar de overcapaciteit wordt vooral gebruikt om de verschillen in verbruik en opbrengst tussen dag en nacht, en zomer en winter te kunnen overbruggen. Ze worden gecombineerd met drie accu’s van in totaal 40,5 kW. Het plan was een volledig autonoom draaiende energiecentrale te creëren voor meerdere huishoudens inclusief EV’s. Dat lukte met behulp van een zeer ervaren bevriende elektricien. Want wat de gezinnen wilden, daar had zelfs het wereldwijde web geen pasklaar antwoord voor. Hoe dat werd aangepakt kun je hier zien.

De handige IT’ers binnen het gezin maakten een eigen IT-netwerk dat niet van buitenaf benaderbaar is. Hun zelfontworpen dashboard heeft algoritmes die ervoor zorgen dat alle energie (elektra en warmte) zo slim mogelijk wordt gebruikt. Dat is natuurlijk gunstig wat betreft netwerkcongestie, teruglevertarief, warmtebron en stooklijnen.

We hebben bewust gekozen voor een back-up
Er werd een warmtenet aangelegd naar alle gebouwen en er werd bewust gekozen voor een back-up in de vorm van een houtvergasser en een pelletketel.  “Dit omdat in de winter, wanneer het energieverbruik het grootst is door de warmtevraag, we geen stroom willen inkopen die vaak grijs of gegreenwashed wordt opgewekt”, legt Harm uit. Overigens komt de biomassa van bomen van eigen terrein en kopen we alleen pellets van ‘goed’ resthout uit Nederland.”

'Het is echt de bedoeling dat onze kringloop geperfectioneerd wordt’

“We zijn al volledig gasloos en willen ook geheel stroomloos worden”, gaat hij verder. “Het is echt de bedoeling dat onze kringloop geperfectioneerd wordt. Zo kijken we altijd wat er nog meer mogelijk is. In de toekomst gaan we waarschijnlijk ook met water aan de slag en een back-up met een watertank maken.”

Hebben ze alles helemaal zelf gedaan? “Nee, heel veel kunnen we zelf, maar er heeft ook vaak een installateur meegekeken. Bijvoorbeeld bij de accu’s, dat is complexe materie en moet wel goed gebeuren. We hebben hiervoor veel temperatuursensoren met een alertsysteem en een speciaal blussysteem, uiteraard zonder water want dat kost je je apparatuur. De ruimte waar de accu’s staan heeft brandwerende muren en een te hoge temperatuur schakelt de apparatuur af. Tevens wordt de  zuurstof door een chemische reactie weggenomen zodat het vuur dooft. Van theorie naar praktijk, daar zit heus wel verschil tussen en dan moet je gewoon de hulp van een specialist vragen.”

Wij hebben geen zitvlees
Er is veel geleerd en er ging uiteraard ook wel eens wat mis. “Ik heb geleerd dat zonnepanelen en elektrisch stoken duurzamer en effectiever zijn dan zonnecollectoren. Zonnecollectoren hebben heel veel onderdelen die stuk kunnen gaan, aan zonnepanelen heb je gewoon veel minder onderhoud”, beweert Speksnijder. 

Je vraagt je af of Harm nog wel tijd heeft voor een goed boek? Speksnijder lacht: “We zijn hier van nature allemaal doeners en hebben geen zitvlees. De filosofie van mijn gezin is: laat een zo klein mogelijke voetafdruk achter. Dus proberen we zo weinig mogelijk restafval te hebben, eten we alleen vlees van dieren die wij zelf hebben zien groot groeien, hergebruiken we veel en wassen we de luiers met zelfgemaakt wasmiddel. We kijken steeds in onze eigen keten waar we nog kunnen verduurzamen.” 

2021. Website 'Enerzijds, anderszijds'

Leven op eigen voorwaarden

Midden in de Randstad ligt Berkenwoude. In een wijds ‘Hollands’ landschap slingert de weg kilometers langs sloten, voert over talloze bruggetjes, langs fraaie huizen en boerderijen. De snelweg is zelfs in dit deel van Nederland ver weg.

Hier wonen en leven drie generaties Van Buuren. Samen, op één terrein. Zelfstandig, maar saamhorig. Autonoom, maar solidair. Zij willen zelf de voorwaarden van samen-leven bepalen en slagen daar in dit drukke Nederland heel goed in.
Een verslag van een inspirerend bezoek en een podcast met een openhartig gesprek met Mark van Buuren.

Bron: https://ezaz.nl/leven-op-eigen-voorwaarden/

Samen leven

Het is zoeken naar een balans tussen leven in zelfstandigheid en leven in een warme, steunende omgeving. Deze tijd waarin zovelen in een persoonlijke crisis terecht zijn gekomen, wordt die balans opnieuw gezocht. In tijden van voorspoed en overvloed is het solistisch en zelfstandig leven eenvoudig. De winkel is om de hoek, de vrienden in het café verderop in de straat, elke aanleiding wordt benut om elkaar te ontmoeten: museumbezoek, samen een lmpje pikken of een kofetje doen. Als zelfstandige toch samenwerken deed je in co-working plekken of lekker in een cafeetje. Samen zijn en alleen zijn was een kwestie van aan of uit zetten.

Met de Coronacrisis is die vanzelfsprekendheid weg.

Van de ene dag op de ander is de wereld in een staat van verwarring en angst gestort, met een virus als opmaat en aanleiding. Ooit zo hechte familieverbanden, vriendschappen, collegiale verhoudingen worden doorsneden door alle opgedrongen keuzes. Ineens wordt het leven weer bedreigd. Voor de een door een virus en een kans op ziek worden, voor de ander door een reeks van ongehoorde brute alles ontregelende maatregelen. Het leven blijkt weer risico’s met zich mee te brengen, risico’s die wij gewend als we zijn aan de maakbaarheid van het leven, niet meer willen dragen. Kosten wat het kost.

‘Onze oude woning stond in Capelle aan den IJssel. Midden in een inundatiegebied. Als het waterpeil te hoog zou worden zou onze wijk als eerste onder water worden gezet. Je begrijpt, de boot lag klaar op zolder‘, vertelt Mark van Buuren, vader van 6 kinderen, opa, directeur van zijn onderneming Maximum. Mark is naar eigen zeggen conictmijdend, maar loopt niet weg voor de risico’s van het leven ‘met besef van tijdelijkheid’. Het verklaart ook zijn mening over onze omgang met ziekte en de dood, een onderwerp waarmee de wereld nu zo worstelt. ‘Ik las op een website dat ik als motorrijder 60 maal zoveel kans heb om aan een motorongeval te overlijden als de komende vijf jaar aan Corona.‘

Extended family

Mark ontdekte hoe het ontkoppeld zijn van de samenleving voelde. Tijdens een familiereis naar en door IJsland verbleef het gezelschap weken buiten bereik van alle comfort van de ‘moderne’ samenleving. ‘Wij waren blij als het laatste streepje bereik van de telefoon verdween‘. Weken op elkaars lip, op elkaar te zijn aangewezen, het goed met elkaar zien te rooien. Het bleek een oefening in gemeenschapszin en een opmaat voor een ander leven in Nederland.
Of het idee voor een autarkisch leven al als zaadje in de rugzak naar IJsland ging, weet Mark niet meer. Een kip-en-ei kwestie. De reis joeg in elk geval de geestdrift aan om daar terug in Nederland een serieuze start mee te maken.

Terug in Nederland besloot de familie en een deel van de aangetrouwde familieleden in 2014 om de grote stap te nemen. ‘Toen we in 2014 het voorlopig koopcontract tekenden voor het perceel in Berkenwoude, woonden we in een riante dijkwoning van vier verdiepingen. We wilden de woning niet te koop zetten voordat er concreet zicht was op een nieuwe stek. Met 10 mensen twee keer verhuizen had niet de voorkeur.‘
De woningmarkt stond er slecht voor. De woningprijzen waren sterk gedaald. Mark: ‘We kregen veel minder dan er aan hypotheek op onze woning open stond. Dat gold ook voor de woning in Berkenwoude: eerder stond die te koop voor 1 miljoen euro, maar onder druk van de markt was de prijs gedaald naar ruim 7 ton.‘

Het leven in een woongroep is een mini-samenleving op zich. Een parallelle samenleving wil Mark het niet noemen. ‘Het is een zelfvoorzienende leefgemeenschap. We slachten onze eigen dieren, maar maken ook onze eigen vaatwastabletten en zeep. En dat proberen we ook zo circulair mogelijk te doen.‘
Markt komt uit de reformatorische wereld, al is die intensiteit nu wat minder geworden. Dat was voor Mark toen een parallelle samenleving. ‘Ik dacht toen, sluit je niet op in je eigen wereld, sluit je aan bij de rest van de wereld. Maar in deze tijd denk ik dat we er toch wat van kunnen leren.‘

Het wonen in een kleine gemeenschap is zoeken naar een balans tussen voldoende persoonlijke vrijheid en ruimte voor persoonlijke ontwikkeling, maar tegelijkertijd ook conformerend aan het gemeenschappelijke belang. Samen delen, samen zorgen, samen werken. Dat is in ons ieder-voor-zich samenleving voor velen een hele opgave. Voor onze ouderen betekent dit dat we ze wegstoppen in speciale centra. We hebben afgelopen jaar de menselijke drama’s gezien als ‘gezondheid’ zo buiten proportioneel wordt verabsoluteerd dat de mensen, onze ouders, niet sterven aan een virus, maar van verdriet, ellende en eenzaamheid. Mark: ‚Overal hetzelfde beeld: oranje zonneschermen, boven een groot raam en daarachter een zielige bejaarde die jaar zijn of haar laatste levensjaren kon doorbrengen.‘ Dit is voor Mark een uitwas van de zogenaamde ‚solidariteitssamenleving‘.

Spruitjeslucht

Krijgt Mark niet de vraag of hij met zijn manier van samen leven terug wil naar de spruitjeslucht van de jaren 1950?
‚Ik krijg wel eens die vraag. Maar dan zeg ik dat al duizenden jaren mensen in verbanden leven zoals familieverbanden, met elkaar, met verantwoordelijkheidsgevoel tot hun directe naaste, totdat de zogenaamde verlichte mens in de 1960-er jaren besloot om iedereen die oud was, toen vanaf 65 jaar, in bejaardenhuizen weg te stoppen. Onze manier van samenleven is zeker robuuster, zeker in een tijd waarin veel eenzaamheid onder ouderen bestaat.‘ Het aeggen van een familiebezoekje via een beeldscherm ziet Mark als de ‚next level van de Matrix‘. Mensen willen elkaar zien, persoonlijk.

Het is geen avontuur om hals-over-kop in te stappen. Het is zeker geen variant op het programma ‘Ik vertrek’, koffers pakken en kijken of het gaat lukken. Je bent met familie en die relaties zijn kostbaar. De bekende ‘16 personalities test‘ is nuttig om inzage te krijgen in de verschillende persoonlijkheidstypen die de woongroep eigen is. ‘Met tien bevelhebbers bij elkaar wordt het oorlog. En met tien entertainers is het vast gezellig, maar blijft het misschien ook daarbij.‘

Tijdens de rondleiding zien we een mini-samenleving, menselijk van jong tot oud. Maar ook een technisch grotendeels ontkoppelde infrastructuur voor energie, voedsel en warmte. Kun je daarmee ook de samenleving helemaal buitensluiten? Heb je nog iets met die samenleving, die buiten de oprit begint. Zijn daarmee alle risico’s weg?

Mark: ‘Ik zie zeker risico’s in de samenleving. Daarom is het goed niet alleen te werken aan onszelf, maar ook aan systemen die decentraal werken, lokale ondernemingszin en gemeenschapszin bevorderen, die bijdragen aan gezond burgerschap.’
Voor Mark en zijn (aangetrouwde) familie, is deze levensvorm met de ‘extended family’, wat ook met vrienden en met geestverwanten kan worden gerealiseerd, een manier om het levensavontuur aan te gaan, zelfvoorzienend, maar toch verbonden met de directe omgeving.

Vrijheid, maar niet vrijblijvend

Hoezeer steeds meer mensen lijken te verlangen naar een mogelijkheid om zich van deze ontsporende samenleving te ontkoppelen, wonen in een gemeenschap kan niet zonder afspraken over voor het bestaan van de community essentiële taken. Mark: ‘Erfdelen betekent ook werken-op-het-erf. En dat behelst meer dan een corveerooster voor de standaard huishoudelijke klusjes. Verscheidenheid van talent is een noodzakelijkheid om een zelfvoorzienende woongroep leefbaar te houden‘.

Er komt veel kennis en vaardigheid bij kijken om deze mini-samenleving draaiend te houden. Een universitaire studie is niet zo van belang. Wel skills voor moestuinieren, installatiewerk, planvorming, landschapsbeheer, teelt, kluswerk, huishoudelijke DIY, automatisering/ICT en dierverzorging. Handen dus. Niet minder belangrijk zijn vitale rollen als verbinders, verzorgers, opvoeders, koks/bakkers, slagers.

Mark: ‘Ergens bij horen is een van de belangrijkste sociale behoefte, zo leerde Maslow ons. In een gezond functionerende woongroep is dat de plek bij uitstek waar je er bij kunt horen, en je persoonlijke eigenschappen en talenten goed kunnen worden benut. Zonder pressie of competitie, maar in respect en saamhorigheid. Inclusiviteit is iets moois, zeker als het organisch ontstaat en niet wordt opgedrongen.’

Deze vorm van samen leven betekent ook dat de banden door de huidige draconische maatregelen niet worden verbroken. ‘Wij hebben hier in deze ruimte met 13 leden van onze familie-gemeenschap een mooie kerst kunnen vieren, net zoals verjaardagen.‘
De ruimte van het terrein en de landelijke omgeving maken ook dat je minder geconfronteerd wordt met de gekte van de Coronacrisis. Mark noemt daarbij de reacties als je op 1.49 meter of minder afstand houdt en mensen met een boogje om je heen lopen. ‘Hier in het landelijke gebied zie je ook minder mondkapjes, er heerst hier een gezonde nuchterheid. Het zijn vooral ook boeren, die wij een warm hart toe mogen dragen, die altijd al dwarsdenkers in de samenleving waren. Dat zijn nuchtere mensen die altijd al werken met dieren en mest en daarom met een miljoen pathogenen om hun heen, zaken die een stadsbewoner vies vindt.‘

Ontkoppeld: techniek maakt het mogelijk

In tijden waarin voor sommigen de overheid eerder een bedreiging is dan een beschermer, ontstaat de wens om in meerdere opzichten op eigen benen te staan. Bij de Van Buurens is de ontkoppeling ver doorgevoerd. Voedsel, elektriciteit en warmte, het komt allemaal van eigen erf.

Mark is met zijn bedrijf Maximum ook zeer nauw betrokken bij ICT-projecten. Hij ziet dat niet als een tegenstelling met zijn manier van leven. Op het terrein waarin Mark en zijn familie samenleven is techniek een belangrijke factor juist om die autonomie met bijvoorbeeld energie mogelijk te maken. Een rondleiding langs de diverse gebouwen op het terrein laat dat ook goed zien. Indrukwekkende panelen voor de verdeling van de opgewekte elektriciteit, indrukwekkende accu’s voor de opslag van energie. Buiten staan drie auto’s aan de oplader, voor iedereen van het collectief te gebruiken. Een geavanceerde biomassa-ketel staat stand-by om in de wintermaanden waarin de zon het vaak laat afweten bij te springen. Alleen wanneer het nodig is.

Ondertussen zoemt tijdens ons gesprek op de achtergrond een maairobot over het gazon. Dat zijn mooie gemakken maar Mark moet er niet aan denken dat het eten door een robot wordt bereid: ‚Je mist het er mee bezig zijn, de geuren, het proeven.‘

Arbeid zal zeker door de voortschrijdende automatisering en robotisering verder in betekenis afnemen. Mark: ‚Toch zullen wij een deel van de zogenaamde domme arbeid voor onszelf moeten behouden omdat het voldoening oplevert. Je kunt toch niet van 7 dagen Netixen aan het eind van de week voldoening ervaren.‘

Mark over deze tijd

Mark komt uit de reformatorische wereld, al is die intensiteit nu wat minder geworden. Dat was in de 1960-er en 1970-er jaren als een parallelle wereld te beschouwen. Ofschoon Mark toen van mening was dat die wereld zich in de gehele samenleving moest voegen, brengt deze tijd een heroverweging van dit denkbeeld met zich mee: ‘Met de kennis van nu, met de huidige Coronacrisis, denk ik dat we er wellicht veel van kunnen leren. Dit omdat als je nu bepaalde principiële keuzes maakt, zoals toen de reformatorische wereld ook deed, je misschien wel weer terug moet naar een parallelle samenleving.‘ Het heeft nu wel iets onvrijwilligs, dus wil Mark dat niet direct bepleiten.

Als het dan toch gebeurt dan is dat doordat de huidige overheid en samenleving dit oplegt, aldus Mark. ‘Er is een aantal aspecten waarbij het je moeilijker wordt gemaakt als je er niet in mee wil gaan. Ik noem bijvoorbeeld de vaccinatiedwang of -drang en het testbeleid. Het verbinden van toegang tot bepaalde locaties of voorzieningen op voorwaarde van een ‘bewijs van gezondheid‘ is voor Mark principieel een brug te ver. ‘Dan ga ik maar niet naar een bioscoop of naar een meeting bij een klant.’
Met deze voorgestelde maatregelen overschrijd je een ‘gewetensgrens’, ‘en dan heb ik het nog niet eens over vaccinatie, dat gaat nog een stap verder.’
Mark heeft grote kritiek op de werkwijze van de overheid. Niet alleen de overheid handhaaft, maar gebruikt het bedrijfsleven als haar marionetten. ‘De ondernemer, de burger, de buschauffeur worden ingezet als een soort BOA om te handhaven, en dat hen daarbij een gevoel wordt aangepraat iets goed voor de samenleving te doen terwijl zij met open ogen meewerken aan de creatie van een nieuwe apartheidssamenleving binnen een totalitaire staat.‘
Komt er een parallelle samenleving? De vraag is volgens Mark hoeveel ruimte er blijft in die toekomstige samenleving, of je dan nog wel een eigen kliniek mag opzetten waar je ook zonder vaccinatie welkom bent. Mark verbaast zich over het conformisme van veel mensen: ‘Ondanks alle kennis van de werking van het mondkapje dat het niet werkt, wat het RIVM heeft bevestigd en evenals zovele wetenschappelijke rapporten dat het in feite muggen vangen is met kippengaas, dragen mensen toch dat mondkapje.‘

En dan toch de financiën

Zover de ervaringen over een geslaagde woon- en leefvorm. Maar hoe regel je dit nu bij de bank? Hoe kom je aan het benodigde geld?
Mark gaat er even goed voor zitten: ‘Toen we in 2014 het voorlopig koopcontract tekenden voor het perceel in Berkenwoude, woonden we in een riante dijkwoning van vier verdiepingen. We wilden de woning niet te koop zetten voordat er concreet zicht was op een nieuwe stek. Met 10 mensen twee keer verhuizen had niet de voorkeur. Vanwege de onzekerheid op de woningmarkt was dat voor onze huisbankier al reden genoeg om geen enkele nanciering te verstrekken. Dat werd een doodlopende weg.

Het verhaal van de Van Buurens zal velen aanspreken. Zo ook de vestigingsdirecteur van de Rabobank toen hij hoorde van de plannen. Hij was zo enthousiast dat hij beloofde zich hard te maken voor een nancieringsregeling. Die volgde kort daarop: een intentieverklaring om het volledige hypothecair benodigde bedrag als zakelijk krediet beschikbaar te stellen aan de onderneming (een personal holding) van Mark, waarna vanuit de BV een hypotheek aan privé kon worden geregeld.

Wat Mark als je nu geen eigen bedrijf hebt? Zijn er dan nog alternatieve vormen van nanciering?
Mark ziet wel oplossingen. Om gemeenschappelijk wonen te nancieren, is er praktisch gezien altijd een rechtsvorm noodzakelijk, de vereniging leent zich hier het beste voor, waarbij er – op hoofdlijnen – twee vormen zijn:

  • een woonvereniging voor een ongesplitst kadastraal perceel met onzelfstandige wooneenheden of eventueel,
  • een vereniging van eigenaars (VvE) als er een splitsing in meerdere kadastrale percelen plaatsvindt die afzonderlijk verhandelbaar zijn.

Dit is werk voor de notaris, zoveel is duidelijk. Zoals gezegd, deze manier van leven is geen variant op ‘Ik vertrek’.
Het opstellen van de statuten en reglementen is maat- en vakwerk. In Nederland is de stichting Stut Consult ongeveer de enige expert op dit gebied. Op hun website is meer informatie te vinden over de mogelijkheden van het nancieren van woonverenigingen.

Overladen met informatie en geladen met energie over zoveel samenleef-kracht nemen wij handenschuddend afscheid. Nog een half uur rijden over bruggetjes en smalle weggetjes, genieten we nog even van het uitgestrekte wijde landschap rond Berkenwoude.

2021. Algemeen Dagblad

Hoe meer zielen, hoe meer vreugd

Drie generaties Van Buuren onder een dak
Wat drijft drie generaties Van Buuren om gemeenschappelijk te gaan wonen op het boerenland? Ze genieten van het samenzijn en kunnen een beroep doen op elkaar. Verbinding is hun sleutelwoord.

Auteur: Pieter van der Laan

Samen delen aan het Westeinde

Veel dromen zijn bedrog, maar dat geldt niet voor het resultaat van de doordachte aanpak van een boerderij op het Perkouwse platteland. Hier combineerde ondernemer Mark van Buuren (52) met vrouw, kinderen en kleinkinderen natuur en samenleven in een duurzaam concept. Ze voelen zich er heel gelukkig bij.

Drie gezinnen wonen aan Westeinde 30 onder één dak en maken gretig gebruik van moestuin, fruitbomen en een deel van de levende have. Die bestaat uit kalkoenen, kippen, eenden, schapen en hangbuikzwijntjes. ,,Voor vlees hoeven we niet naar de slager. De dieren hebben hier een heerlijk leven, maar voor het pluimvee wacht af en toe de slacht. We hebben er zelfs een cursus voor gevolgd”, zegt Van Buuren tijdens zijn rondleiding.

Het buitenleven lonkt voortdurend. De kinderen vissen, ravotten, timmeren en spelen in weer en wind. Hun ouders en grootouders komen tot rust. Dat ze deze jaloersmakende levenswandel niet voor zichzelf willen houden, valt af te lezen van de vele foto's en blogs op hun website. Wie kijkjebijdebuuren.nl. aanklikt, proeft meteen rust, sfeer en gemoedelijkheid bij deze openhartige woongemeenschap. ,,We doen er absoluut niet geheimzinnig over”, zegt Mark van Buuren. ,,We willen juist graag onze kennis met belangstellenden delen. Zoals we ook informatie krijgen van geestverwanten over hergebruik en consuminderen.”

Mark en Hellen zijn opa en oma van zeven kleinkinderen, van wie er vier in de boerderij wonen. Dat geldt eveneens voor vijf van hun zes volwassen kinderen en twee schoonzoons. ,,Een zoon woont met zijn vriendin elders. Samenwonen iswas geen verplichting. Je moet zo'n bewuste keuze zelf maken”, aldus de stamhouder.

Want samenleven op de vierkante meter schept ook verplichtingen. Deze zijn opgenomen in een lijvig takenpakket. ,,We overleggen regelmatig. Ons familieberaad duurt soms wel drie uur. Dan worden financiën, investeringen, werkzaamheden, workshops en andere onderwerpen besproken en in een planning vastgelegd. Er is hier altijd wat te doen. Dat varieert van onderhoud, wilgen knotten, planten, zaaien en oogsten tot het schoonmaken van dakgoten en riolering.”

De Van Buurens zijn niet van de een op de andere dag opgeslokt door hun collectieve passie. Tijdens gezamenlijke vakanties merkten ze onder soms barre omstandigheden dat eenvoud en samenwerking duidelijk meerwaarde boden. ,,Met z'n allen in tentjes op een berg in de Alpen of op een sneeuwvlakte in Lapland. Vuurtje stoken, potje koken, tegenslagen overwinnen. Dan moet je elkaar helpen. Oerinstincten kwamen boven. Wat is belangrijk in je leven? Vind je het leuk om daar samen aan te gaan werken? Daar haalden we veel voldoening uit. Zo ontstond het idee om voortaan samen op te trekken en werd een zoektocht naar een passend onderkomen voor een groot gezelschap ingezet.”

Stappen

Die duurde ruim twee jaar. In mei 2015 werden eerste serieuze stappen gezet in hun begeerde polderland. Mark van Buuren verkocht z'n communicatiebedrijf en verruilde met echtgenote Hellen en hun kinderen Levi, Timon en Thamar de dijkwoning in Krimpen aan den IJssel voor een verbouwde boerderij in Berkenwoude. Dochter Maria en schoonzoon Harm sloten meteen aan met hun net geboren baby Amos. Daarna doken dochter Judith en schoonzoon Siebe vanuit Gouda in het avontuur. In deze vruchtbare omgeving kwamen nog eens drie nakomelingen ter wereld. ,,Een huis vol, maar reuze gezellig”, meent oma Hellen. ,,Een voordeel is dat de kleinkinderen altijd oppas hebben. We zitten echt niet de hele dag met elkaar te kwebbelen. Stilzitten is er hier niet bij.”

Zeven huisgenoten hebben fulltime banen en verrichten daarnaast allerhande arbeid op en rond de boerderij. Alleen opa deed een flinke stap terug en zag weken van 80 uur krimpen tot 32 uur. Mark van Buuren is nog steeds directeur van Maximum, maar wisselt dat graag af met activiteiten rond de boerderij. ,,Als je met de auto Berkenwoude nadert, ben je opeens in een andere wereld. Je kan de zucht van opluchting hier horen. Dat geldt voor ons allemaal.” Oudste dochter Maria beaamt dat. ,,Je kan hier je hoofd leegmaken met klussen in de tuin. Ik ben dan helemaal zen. Dat is een lekker gevoel, hoor.”

De familie laat niet alles aan moeder natuur over. Integendeel; temperatuursensoren, computergestuurde pompen, camera's, een hout vergassende rendementsketel en 260 zonnepanelen leveren hightech oplossingen op voor water, warmte en elektriciteit. De capaciteit van de door Van Buuren zelf geconstrueerde energiecentrale is indrukwekkend. Heel Berkenwoude zou vanuit de schuurstal van energie kunnen worden voorzien. ,,Stedin verdient geen stuiver aan ons. We gebruiken de stroomleverancier slechts als eventuele back-up”, lacht Mark van Buuren. Hij geeft toe dat ambachtelijke werkzaamheden en hypermoderne techniek nogal los staan van elkaar. ,,Maar je kan toch niet steeds met brandende kaarsen in de wintermaanden voor licht en warmte zorgen. Het gaat in alle gevallen om milieuvriendelijke aanpassingen. We willen ook het surplus aan energie in de nabije toekomst op ons eigen terrein opslaan. In ieder geval zijn we door deze technologie van het gas af.”

Tips

Het lijdt geen twijfel dat anderen gaarne het model van Van Buuren zouden willen kopiëren. ,,Dat is prima. We willen hen graag tips geven over bijvoorbeeld gezamenlijke financiering, taakverdeling of het aanbrengen van structuur. Bovenal moet er onderling respect zijn. Kleine ergernissen horen er bij, maar hier wordt niet gescholden of met deuren gesmeten. Het gaat best gemoedelijk, maar er zijn wellicht ook andere woonvormen die aan gezamenlijke wensen kunnen voldoen.” Maria vult aan: ,,Volgens ons zou dit model wel eens het 'nieuwe normaal' kunnen zijn. Wij vinden onszelf beslist niet abnormaal. We worden door de buitenwacht met enige argwaan bekeken. Stadse mensen op een kluitje die samen in de polder het leven vieren. Maar wat is daar mis mee?”

2020. Website 'Het kan wel'

Zo leven 13 mannen en vrouwen in een woongroep

Alles samen delen, lief en leed, zorg voor het huis, de tuin en de kinderen, dat doet de familie van Buuren samen in een woongroep. De bewoners van deze groep delen hun kennis en ervaringen met jou via hun blog ‘Een kijkje bij de Buuren’. Zo krijg je letterlijk een kijkje in het leven van deze inspirerende (verre) buren.

Artikel: https://www.hetkanwel.nl/2020/12/13/woongroep-de-buren/

2020. Magazine Rabo & Co

Een passie, missie én lifestyle.

Een passie, missie én lifestyle. Dat is duurzaam wonen voor de familie Van Buuren uit Berkenwoude. Met inmiddels 13 familieleden uit drie generaties wonen ze op één terrein met meerdere boerderijen. Ze zijn helemaal zelfvoorzienend en onafhankelijk in energie. Hoe? Vader en opa van het gezin, Mark van Buuren, legt uit: ‘We zijn vijf jaar geleden gestart met onze eigen energietransitie. We willen niet alleen aan het eind van het jaar op 0 uitkomen, maar zowel in de zomer als winter overdag genoeg produceren voor de dag én de nacht. Die energie wekken we op met onze 240 zonnepanelen en de overproductie slaan we op in accu’s. Om het daarmee te redden in de donkere maanden stoken we alleen met een A+ houtvergasser. Daarvoor hebben we 150 bomen op ons erf die er een strak snoeischema op nahouden. Al onze huishoudens kunnen via een eigen warmtenet hun huis ermee verwarmen.’ Bij de energietransitie van de familie Van Buuren hoort ook een elektrisch wagenpark. Mark: ‘We hebben vier auto’s in gebruik en drie laadpalen die volledig draaien op die accu’s en overcapaciteit van de zonnepanelen. Onze mobiliteit is dus 100% duurzaam en komt 100% uit onze eigen opgewekte energie. Zelfvoorzienend leven kost veel tijd naast onze normale 40-urige werkweek. Maar je krijgt er veel voor terug: een mooie woongemeenschap en je bent in hele hoge mate onafhankelijk.’

2020. Zuid-Hollands Landschap

Nu al een droombaan

Een droombaan. Zo omschrijft Siebe van Rijn (25) uit Berkenwoude zijn werk bij Het Zuid-Hollands Landschap. Er is geen dag dat ik met tegenzin aan het werk ga. Lekker buiten in de natuur.

 

2020. Magazine 'Terdege'

Drie generaties in één huis

Ze zijn hecht en hebben hetzelfde ideaal: samen delen, samen zorgen. De familie Van Buuren uit het landelijk gelegen Berkenwoude woont met drie generaties op één groot erf. Vader Mark van Buuren (51): „Met z’n allen kun je veel meer voor elkaar krijgen dan alleen.”

tekst: Jacomijn Ariakhah beeld: Tineke van der Eems

Een weldoorvoede kruisspin laat zich heerlijk bungelen midden in haar web. Niemand die haar stoort, achter het schuurtje naast de sloot. De Van Buurens hebben wel wat beters te doen dan een spin te verjagen uit z’n habitat. Slechts de wat fobische bezoeker schuifelt uit voorzorg zijwaarts langs het paadje dat voorbij haar web voert.

Het terrein achter het huis van de Van Buurens is groot genoeg om met negen volwassenen en vier kinderen op te leven. Achter en naast het huis strekt zich zo’n 2 hectare aan grond uit. Een speeltuintje voor de kinderen, schuren en bijgebouwen, een moestuin, een boomgaard, een varkenshok en schapenwei. O ja, en een kippenhok, eendenkooi en beschutte zitjes.

Het is de plek waar de Van Buurens sinds vijf jaar bouwen aan hun droom: samen zo zelfvoorzienend mogelijk leven.

Droom
Hun droom ontstond zo’n tien jaar geleden, vertelt vader Mark van Buuren. Ze woonden in een vrijstaande dijkwoning in Krimpen aan den IJssel. Oudste dochter Maria (29) en haar man Harm (28) Speksnijder deelden die droom. Evenals dochter Judith (25) en haar man Siebe (25) van Rijn. Mark: „We hebben het als gezin goed met elkaar, we vinden het fijn om samen te zijn.”

Met z’n allen kunnen ze meer bereiken, zeggen ze. Mark: „Zo hebben we minder auto’s en gereedschap nodig en delen we de zorg voor elkaar.” Hellen: „Als de één een been breekt, lossen we de zorg met elkaar op. Valt er een inkomen weg, dan regelen we dat financieel met elkaar.” Harm: „Het grote erf onderhouden we met z’n allen. Dat kan ook niet alleen.” Mark: „Ook zelfvoorzienend leven doe je makkelijker als groep dan alleen. Het is vrij intensief om je eigen dieren te houden, moestuin te bewerken en complexe energie installaties te beheren, omdat we daar weinig ervaring mee hadden.” Maria: „We gooien onze acht inkomens in een grote pot, waarmee we gezamenlijk de rekeningen kunnen betalen.”

Zoektocht
Na een aantal jaren van plannen maken, ging de familie in 2015 op zoek naar een terrein dat voldeed aan hun wensen: een groot huis, waarin meerdere gezinnen onderdak konden krijgen. En een groot perceel ernaast. En natuurlijk een financierder die open zou staan voor het idee van gezamenlijke bewoning.

De zoektocht was lang en moeizaam, vertelt Mark. Het terrein en de woning moesten aan bepaalde voorwaarden voldoen, zoals de mogelijkheid tot het opzetten van een moestuin en boomgaard, meerdere gebouwen voor multifunctioneel gebruik en dichtbij werk, familie en vrienden.

Toen hun huidige woning in Berkenwoude in beeld kwam, waren ze direct enthousiast. Het terrein en de bijgebouwen waren verwaarloosd maar het had veel potentie, en ze besloten met z’n allen de schouders eronder te zetten. Maria: „Alles moest verbouwd worden.” Hellen: „Het kostte bloed, zweet en tranen.”

Hun harde werk werpt zijn vruchten af. Inmiddels is hun stekje er een om jaloers op te worden. Het terrein bruist van het leven. De tomaten in de moestuin hangen vol en blozend aan de struiken. De bessen vallen van rijpheid bijna naar beneden. Drie varkens lopen tevreden knorrend in de grond te wroeten, onder toeziend oog van een koppeltje blatende schapen.

Ook binnenshuis is het goed geregeld. Maria: „We hebben naast de gedeelde ruimtes allemaal onze eigen ruimtes waarin we privacy hebben.” Moeder Hellen: „We respecteren elkaars privacy, maar gaan ook laagdrempelig met elkaar om. We komen gewoon bij elkaar over de vloer.” Maria: „Soms eten we samen, in wisselende samenstellingen. Met z’n allen tegelijk eten komt in de praktijk alleen in het weekend voor. Op doordeweekse dagen is dat lastig omdat iedereen in een andere fase van het leven zit. Wij hebben bijvoorbeeld drie kleine kinderen, en eten daarom vaak op andere tijden dan de rest van de familie.”

Wissel
Niet alle zes de kinderen Van Buuren zijn even enthousiast over het samen leven. Zoon Timon van 23 woont nog thuis, vertellen ze. Mark: „Maar de kans is vrijwel nihil dat hij straks hier blijft wonen.” Ook de jongste zoon van 21 woont al enkele jaren elders.

Voor de familie is dat geen enkel punt. Daar laten ze elkaar vrij in.

Sterker nog: ook binnen de huidige familiesamenstelling gaat er een wissel plaatsvinden. De Van Buurens zijn hun eigen buurman geworden. Ze hebben met elkaar het terrein perceel en de woning naast de huidige woning gekocht, aan de andere kant van de sloot. „Een beetje meer leefruimte geeft meer lucht voor de toekomst.” Een robuuste brug over de sloot tussen beide woningen zorgt dat het samen delen, samen zorgen volledig intact blijft.

De uitbreiding heeft nog meer voordelen. In de grote schuur van het naastgelegen terrein zijn enorme accu’s geplaatst waarin de met zonnepanelen opgewekte stroom opgeslagen wordt. Mark maakte eigenhandig een professionele energie-installatie. Ze willen zoveel mogelijk zelfvoorzienend zijn, niet alleen op het gebied van energie, maar ook op het gebied van voedsel. Mark: „We streven ernaar om onze footprint te verkleinen, zodat we in principe alleen nog luxeproducten hoeven te kopen, zoals koffie en chocola.”

Afspraken
Het klinkt heel idyllisch, zo gebroederlijk samen wonen. Maar is er dan nooit onenigheid? Jawel, zegt Maria. Bij onenigheid wordt het met elkaar uitgepraat. Deze transparantie is onmisbaar voor een harmonieus samenleven. Soms volstaat een grap in de familiewhatsapp om de randjes ervan af te halen en de andere keer is een gesprek rond de tafel nodig. Hun familiehumor is een bindende factor.

Er zijn afspraken die ervoor zorgen dat alles in goede banen loopt, zegt Mark. „Zo hebben we ongeveer 9 keer per jaar een vergadering. Daarin worden onze inkomsten en uitgaven besproken, wat onze prioriteiten de komende periode zijn en hoe onze gezamenlijke agenda eruitziet.

Verder is er een onderlinge taakverdeling waarbij van ieders kwaliteiten optimaal gebruik wordt gemaakt, vertelt Mark. „Het mooie is dat ieders eigenheid tot z’n recht komt. Dat gaat van het ontwerpen van een dashboard voor energiemanagement tot het maken van een moestuinplan. Maria: „Niet iedereen kan hetzelfde en vindt hetzelfde leuk.” Judith: „Ik vind bijvoorbeeld niks aan het onderhoud van de installaties.”

Ambitieus
Het is hard werk, dat zelfvoorzienend wonen, geven ze grif toe. Maar de blijdschap en voldoening die het oplevert is groter dan de arbeid en energie die het kost. Harm: „In onze vrije tijd zijn we graag aan het hobbyen, de een spit de moestuin om en de ander weckt de pruimen.”

Ze hebben voortdurend ambitieuze plannen. Maria: „Ik vind het bijvoorbeeld leuk om mijn eigen zeep, afwasmiddel en tandpasta te maken.” Hellen: „En duurzaam kleding kopen is een echte sport. We schaffen veel tweedehands aan.” Er liep vorig jaar een project om zelf wijn te maken. Maar dat mislukte. „Dus nu hebben we voor druivensiroop gekozen.”

Ze zijn heel gelukkig met elkaar, vertellen ze, terugkijkend op de afgelopen vijf jaar. Hellen: „Je leeft samen met mensen die het allerbelangrijkst zijn in je leven. Mooier dan dit bestaat voor mij niet.”

Geen van allen willen ze nog terug naar een individuele woning. Judith: „Volgens mij zou ik mij dan ontheemd voelen.” Hellen: „Het zou oersaai zijn.” Mark: „Als we het over mochten doen, zouden we het zo weer doen.

 

2020. Rabobank Governet

Ambassadeur van de Energie Transitie

In 2015 hebben we als ‘extended family’ ruim een hectare grond gekocht met woonvoorzieningen, moestuin, boomgaard, weiland, kas, tuinen en opstallen. Op deze wijze kunnen we profiteren van het schaalvoordeel: meerdere inkomens voor investeringen, complementaire skills, consuminderen en samen leven met gedeelde waarden ten aanzien van duurzaamheid, verduurzaming en zelfvoorzienendheid op de terreinen van energie, voedsel, zorg en mobiliteit.

Het energieplan was ambitieus: geen nul op de meter, maar een stilstaande meter om met de zon als primaire energiebron, zowel duurzaam als zelfvoorzienend te zijn. Inmiddels staat er een unieke energie installatie die ons dag en nacht van energie voorziet: een 13-persoons huishouden, drie EV’s, elektrische motor, scooter, fietsen en een aantal warmtepompen voor het voor- en naseizoen. De zogenaamde ‘off-grid’ installatie draait op 120 zonnepanelen, 45 kWh stationaire accusystemen en 200 kWh mobiele opslag, en levert genoeg vermogen om 3 auto’s tegelijkertijd te snelladen zonder dat Stedin of FastNed eraan te pas komt.

We hebben niet gerekend met ROI’s, maar goed - de vraag ‘wat levert het op’ wordt vaak gesteld. De hele installatie kostte ruim €80.000 (exclusief eigen uren voor installatie). Het vastrecht wordt meer dan volledig betaald vanuit het surplus van de zonnestroom; en de drie huishoudens, vier elektrische voertuigen en warmtepomp slurpen jaarlijks ruim 40.000kWh - goed voor een slordige besparing van €9.000. Binnen 9 jaar zijn de kosten eruit; of anders gerekend, je hebt meer dan 10% rendement op je investering. Maar de meeste voldoening haal je uit de energietransitie, waarbij er geen fossiele energie meer nodig is en beschikt over je eigen energiecentrale!

2020. Reformatorisch Dagblad

Voedsel uit eigen tuin

Als boontjes uit eigen tuin op haar bord liggen, is Maria Speknijder (28) gelukkig. „Ze zijn niet ingepakt in plastic, er kwam geen vervuilend transport aan te pas en ze zijn groot geworden zonder pesticiden. Dan smaakt een boon toch veel beter?”

Auto’s schieten passeervakken in om tegenliggers voor te laten gaan. De buitenwegen van het Zuid-Hollandse dorp Berkenwoude zijn smal. De wegen zijn begrensd door sloten. Bruggen voeren wagens naar boerderijen. In één daarvan woont Speksnijder, samen met haar man en drie kinderen. Maar ook haar ouders leven daar; met vijf van hun zes kinderen. Ze vormen een leefgemeenschap. „Soms vragen mensen waarom wij ervoor kiezen zo te leven. Ik vraag dan: Waarom zou je het níet doen als de relatie goed is? Zo ging het vroeger altijd.

De familie probeert zoveel mogelijk te leven van wat hun perceel opbrengt. In de moestuin van 500 vierkante meter wachten nog wat rode kolen op consumptie. Wortels steken met hun groene loof uit de bodem. De meeste bakken echter zijn al bedekt met bladeren. Zo trekt de voeding van het blad de bodem in. Voor volgend jaar.

De moestuin is omringd door bessenstruiken. In de boomgaard geven knoestige appel-, kers- en pruimenbomen hun vrucht. „Soms hebben we zoveel fruit dat we er sap, jam of taart van maken”, zegt Speksnijder. „Ook ruilt ze voedsel met buurtbewoners. „Wij hebben zelf bijvoorbeeld geen stoofperen. Als we die kunnen ruilen, eten we gevarieerder.”

Aardappels en graan komen bij de boer vandaan. „Voor een familie van deze omvang zouden we een hectare landbouwgrond nodig hebben om een jaar gevoed te kunnen blijven. Dat gaat niet. Wél rooit Speksnijder de aardappels zelf, bij de boer. „Zo krijgt hij een goede prijs en besparen we CO2. Er zijn immers geen machines nodig, en je hebt ook geen transport naar de winkel. Ook sparen we plastic verpakkingen uit.”

Niet alleen aardappels, fruit en groenten, ook vlees en ei wordt geproduceerd op de boerderij. Kippen scharrelen over het erf. In de sloot langs het perceel dobbert een tiental eenden op de golven. In een ren zitten drie kalkoenen die dagelijks ontsnappen.

Het kost tijd om onkruid te trekken, groenten te wecken en een kip te plukken, zegt Speksnijder. Maar gemak gaat niet boven alles, meent Speksnijder. „Sommige dingen zijn belangrijker. Voedsel bereiden mag tijd kosten.” Maar er zijn grenzen. Voor de kippen kocht de familie inmiddels een veerplukmachine. Want een stukje kipfilet kan ook te veel tijd kosten.

Doordeweeks werkt Speksnijder als orthopedagoog. In het weekend is de moeder van drie, zeker in het hoogseizoen, veel buiten te vinden. „We kunnen de boel niet een aantal weken op z’n beloop laten. Dan zou ik vervolgens een week vrij moeten nemen.”

Eerlijk is eerlijk; dat het zo arbeidsintensief is, is niet altijd leuk, vindt Speksnijder. „Want dan zou ik wel meer willen naaien en haken. Maar dit is belangrijk voor het milieu, voor de lokale economie. En ik wil ook kunnen voorzien in ons eigen levensonderhoud.”

Speksnijder realiseert zich dat haar leefstijl niet haalbaar is voor iemand in een appartementencomplex of met een postzegelachtertuin. „Maar je kunt altijd een deel van je tuin tot moestuin omvormen. Zeker als je kinderen hebt, is het goed dat ze leren wat de prijs van voedsel is.”

Zich terugtrekken uit de maatschappij en zelfvoorzienend gaan leven is niet de toekomstdroom van Speksnijder. „Dan ga je terug naar het jaar 1000. Toen zorgden mensen de hele dag voor hun dagelijks voedsel. Dat moet je niet willen. Maar honderd jaar geleden ging het denk ik ongeveer zoals wij het nu doen. Men haalde voedsel bij de lokale boerderij en at met de seizoenen mee. Hoe de mensheid tegenwoordig eet, is niet normaal.”

 

2015. Tijdschrift 'Visie'

Wij gaan het wiel opnieuw uitvinden

“We hebben een perceel gekocht van meer dan een hectare, meerdere woongedeeltes, een moestuin, kas en schuren. Deze zomer gaan we dat als een meergezinswoning betrekken. Dat doen we vanuit een altruïstisch motief: als de ander ziek is, draag je daar zorg voor, valt er een inkomen uit dan kunnen we dat opvangen, bezit is collectief, in plaats van individueel. Maar ook economisch levert het een hoop op: door onszelf voor een groot deel te voorzien van energie, zorg en voedsel en vervoersmiddelen met elkaar delen besparen we vanaf dag één vele honderden euro’s per maand.

De tijd van ‘meer, meer, meer’ ligt achter ons. We leven in een periode waarin we beseffen dat persoonlijk bezit er uiteindelijk niet toe doet. Zorgdragen voor elkaar en de bereidheid om te delen, dát is belangrijk. Bovendien denken wij dat de verzorgingsstaat onbetaalbaar gaan worden. Gemeenschappelijk wonen is van alle tijden en plaatsen. Na de oorlog is de overheid verantwoordelijk gemaakt voor onze zorg: van de peuterspeelzaal tot de bejaardenhuizen, van ziekentaxi tot thuiszorg. Is de samenleving gelukkiger geworden van die individualisering? Wij vinden van niet, en gaan gewoon het wiel opnieuw uitvinden. Samen leven, samen zorgen. Zonder de spruitjesgeur van de jaren 50. Of desnoods met.

We hebben het meeste zin in genieten van de liefde voor elkaar. Samen eten, onze kleinkinderen van dichtbij zien opgroeien, een beroep op elkaar kunnen doen. Gewoon, samen zijn met de mensen van wie je het meest houdt.”

Mark (46) en Hellen (45) gaan met hun gezin – zes kinderen inclusief aangetrouwde kinderen en kleinkinderen – gemeenschappelijk en zelfvoorzienend wonen.

Kijkje in ons dagelijks leven?