Bosbaas

Bosbaas, de gids van mijn vrijgezellenfeest

Overal in de Krimpenerwaard staan bomen, struiken, paddenstoelen, planten en kruiden. Het zorgt voor prachtig natuurschoon, maar ooh, ooh, wat kan ik mij groen en geel ergeren aan het opspringende onkruid in de tuin. Althans…  tot 18 augustus 2018. Op deze dag kreeg ik een andere kijk op onkruid. Dankzij Bosbaas, én dankzij Maria die een geweldig outdoor vrijgezellenfeest voor mij had georganiseerd.

 

Eetwin, de bosbaas van Nederland

Klokslag 13 uur. Een man zette zijn fiets op ons erf. In zijn hand had hij een plastic bak met eten en in zijn andere hand droeg hij een glazen fles met licht oranje sap erin. De man stelde zich voor als Edwin, Eetwin én Bosbaas. Drie namen, maar gewoon één persoon. Edwin is een ‘wildpluk gids’. Wat vind ik dat een fantastisch beroep. Hij laat zien welke planten je uit de natuur kan eten (en welke helemaal niet!). Als je streeft naar meer lokale autarkie, dan is een wildplukervaring een echte aanrader.

 

Eekhoorntjesbrood met sparrensap

Onze tocht startte niet in de natuur, maar wel met de natuur. Gewoon aan de tuintafel met eten regelrecht vanuit de wilde natuur. Edwin bereidde bijzondere hapjes. Witlof met eekhoorntjesbroodtapenade (ook wel paddenstoelensaus). Meer weten? Vind hier dit lekkere recept. Het is echt onwijs jammie. Ook introduceerde hij een overheerlijke limonade van sparrensap met cayenne peper. Dorstlessend én ontzettend lekker.

 

Kennismaking met de bomen en planten des levens en des doods

Nadat we een bodempje hadden in onze magen, stapten we op de fiets. Tijd voor een outdoor avontuur. De paden af, de bosjes in en de zintuigen op scherp. Wildplukken – zo heeft Eetwin ons geleerd – doe je met je neus, je ogen en je huid. Het maakt niet uit waar we waren, deze wildplukker wist zelf uit de tuinen van mensen iets eetbaars (of dodelijks) te toveren. Hieronder licht ik een aantal dingen toe die mij zijn bijgebleven: 🙂

Bosbaas

Taxus

De Taxus lijkt een onschuldige conifeer, maar een paar naalden in je maag zijn al dodelijk. Sterker nog, er worden wel eens dode paarden en koeien gevonden die na het eten van deze naalden sterven. Toch zit een bepaalde stof in de naalden die gebruikt wordt voor medicijnen tegen kanker. Verder is eigenlijk alles giftig aan deze plant, op de besjes na. Deze zijn eetbaar en lekker zoet.

 

Brandnetels

Brandnetels
Jonge brandnetels in het Loetbos

Brandnetels zijn er genoeg, en vaak zijn ze het er vooral té veel. Toch kan je de brandnetelgekte in je tuin makkelijk minimaliseren, terwijl je er ook nog van geniet. Jonge brandnetel is namelijk eetbaar. En lekker. Dat laatste is natuurlijk ook belangrijk. Haal de topjes van de brandnetel eraf, bak ze in de koekenpan met een uitje en een knoflook en je hebt je eigen natuurlijke recept.

 

Weegbree

De weegbree is – naast de brandnetel – misschien wel één van de meest gehate onkruidsoorten. Het komt overal op. Tussen de stoeptegels, tussen de bloemen in de tuin en binnenkort misschien zelfs tussen je tanden. De jonge, malse weegbreeblaadjes zijn namelijk erg lekker en gezond. Deze blaadjes zitten bomvol vitaminen en mineralen. En een leuk weetje van Edwin: een weegbree vermindert de jeuk van een brandnetelsteek. De paardenbloem daarentegen juist niet, zo heb ik mij laten vertellen. Heb ik mij als kind dus voor niks van top tot teen geel beschilderd met paardenbloemen.

 

Hondsdraf

Hondsdraf
Hondsdraf

Hondsdraf is een bekende bodembedekker die je vooral tegenkomt op schaduwrijke plekken. Tijdens onze tocht door de bossen troffen we de hondsdraf echter aan op een open plek in de zon. Dit kon ook wat zeggen over wat er op die plaats in de natuur was gebeurd. Misschien waren er recent bomen gerooid of struiken weggehaald.

 

 

Berenklauw

Berenklauwen, je zou denken dat dit gewas tot de planten des doods behoorde. Althans ik dacht van wel, maar het tegendeel is waar. Berenklauwen zijn eetbare en gezonde planten. Alleen je moet er dan wel op letten dat je de juiste voor je hebt. De exotische Reuzenberenklauw heeft de goede naam van de inheemse berenklauw verdoezeld. Als je in aanraking komt met het sap van de Reuzenberenklauw kan je brandwonden krijgen, en in mijn mond lijkt mij dat al helemaal niet aangenaam.

Berenklauw
Berenklauw

Paarse dovenetel

We besloten ook nog even een rondje te maken over ons eigen weiland op zoek naar wilde eetbare planten. Wel moest ik met geknepen billen toegeven dat ik precies die ochtend en de dag ervoor overijverig aan het werk was geweest met het verwijderen van het onkruid van ons oneindig groot oppervlak. Gelukkig waren er wel wat planten over waar Edwin meer over kon vertellen. Eén daarvan was de paarse dovenetel. De paarse dovenetel is een akkerplant en groeit graag op bewerkte bodems. Je herkent deze plant aan de vierkante stengel en de vaak gekartelde bladen.

Onkruid
Het getrokken onkruid / wilde groenten. Na paar uur verlept…

 

Melde

Melde
Melde

Heb jij een net bewerkte bodem? Grote kans dat je er je eigen wilde moestuin voor terugkrijgt. Melde komt namelijk in grote getale terug. Dit is een bladgewas die je zo kan eten als spinazie. En dat hebben wij dus ook gedaan. Met de meiden hebben we als prehistorische verzamelaars over het weiland melde geplukt. Edwin heeft vervolgens een heerlijk groen maal bereid. Het was heerlijk!

 

Schimmelnetwerk

Paddenstoelen spinnen ragfijne bedrading onder de grond, ook wel schimmels genoemd. De bedradingen van de schimmels vormen het netwerk van de bomen. Op deze wijze communiceren ze met elkaar. Het gaat vooral over uitwisseling van suikers en andere voedingsstoffen, zoals stikstof. Het type paddenstoel verraadt vaak ook veel over de bomen in de omgeving.

 

Afsluiten met een heerlijk onkruidgerecht

Na een middag het euforische gevoel te hebben ervaren van prehistorische verzamelaars, sloten we de dag af met een heerlijke zelfgemaakte salade van melde. Uit onze eigen wilde moestuin.

 

Meer weten over Bosbaas? Volg Bosbaas op Facebook!

Industriekip of huiskip: het kip en ei verhaal

Het kip en ei verhaal… Het ei is een van de wereldwonderen in de keuken – en in de natuur. Zijn simpele, evenwichtige vorm herbergt een prachtige transformatie: van een nietszeggende zak voedingsstoffen naar een levend dier. Het ei heeft een grote rol gespeeld in de mythologie en stond symbool voor de raadselachtige herkomst van het leven. Eieren vandaag de dag wekken deze gevoelens in het allerminst op. Het ei is van wonder getransformeerd tot een industrieproduct. Een industrieproduct dat zo vertrouwd is geworden, dat het onzichtbaar lijkt geworden.

 

Van boerderijbeest naar industriebeest

Het kippenei stamt af van de Gallus Gallus (de kip-zelf). Het vertrouwde beest op het boerenerf is niet de werkelijke oorsprong van de kip. De kip was een wild exotisch beest in de oerwouden. De verre voorouders waren tropische vogels die zich hadden gevestigd in India en Zuidoost Azië. Hedendaags is de vertrouweling ook niet meer op het boerenerf te vinden. Het boerenbedrijf verloor haar vertrouwelingen aan de pluimvee-industrie. De schaalvoordelen kwamen opzetten. Dan heb ik het niet over de betere kwaliteit schalen van de eieren, maar in de zin van op grote schaal produceren. In een korte tijd worden er massale hoeveelheden eieren geproduceerd. Een verzorger is genoeg voor 100.000 dieren en 1 kilo eieren wordt tegenwoordig geproduceerd van minder dan 3 kilo voer.

Industrie kippen

De kaalgeplukte legkip

Een normale legkip komt uit een broedmachine, eet voedsel dat grotendeels uit een laboratorium komt en leeft op roosters en legt een jaar lang eieren in een verlichte ruimte – gemiddeld 250-290 eieren producerend! -.

De meeste vogels leggen een vast aantal eieren per keer, ongeacht wat ermee gebeurd. De kip is een ander geval. Een kip is een onbepaalde legvogel. Dit beestje gaat door met leggen tot een bepaald aantal eieren in het nest ligt. Als een ei door een roofdier wordt weggenomen, dan legt de kip een ander ei om het te vervangen. Daar kan ze eindeloos mee door gaan, totdat het haar miezerige bestaan het leven geeft. De kip wordt zodanig kaalgeplukt door roofdieren (de mens), dat de kip geen ‘levend wezen meer is, maar slechts een element in een industrieel proces dat eieren voortbrengt’.

 

Industrialisering, de nachtmerrie van het ei

Het industriële tijdperk was gunstig voor de kwaliteit van de eieren betreft het transport. Eieren worden direct na de leg koel bewaard en met snelle en koele vrachtwagens verplaatst naar de supermarkten. Alleen de industrialisering heeft ook nadelen meegebracht voor de smaak van het ei. De dooier is een schatkamer vol brandstof die de kip uit zaadjes en blaadjes heeft gehaald. Tegenwoordig wordt deze schatkamer opgebouwd met soja en vismeel die de kwaliteit van het ei doen aantasten.

 

Industrialisatie, de nachtmerrie van elke kip

Het ei is een nietzeggende zak voedingsstoffen, maar de kip is een wel ietszeggend levend diertje. De kip kan kakelen, maar heeft geen stem. Daar heeft de mens gretig gebruik van gemaakt. De afstammelingen van de Gallus Gallus zijn geworden tot biologische machines die nooit het zonlicht zien, nooit in het stof scharrelen en niet meer dan vijf centimeter bewegingsvrijheid hebben.

Daarom kwam de scharrelei opzetten. Kleinschaligere bedrijven waar kippen ‘vrije uitloop’ hebben en ‘biologisch voer’. Deze termen zijn vaak misleidend. Een ‘scharrelkip’ heeft net paar centimeter ruimte meer. De praktijk van de industrialisatie lijkt zich voort te zetten, maar dan in een mooi ander jasje.

 

De legkip terug naar de ‘huiskip’

Het jasje van misleiding is bedrieglijk. Wanneer koop je eerlijke eieren? Een lastig te beantwoorden vraag. De voedingsindustrie laat ons graag met de minste kosten en met omslachtige communicatie weten dat zij het hartstikke goed doen. Wij laten graag zien dat wij met iets meer kosten en transparante communicatie het wél hartstikke goed doen.

Wij hebben de industriekip teruggebracht naar het boerderijkipje. Op het erf lopen er zo’n twintigtal kippen rond. In tegenstelling tot de legkip geven wij onze huisdieren geen soja of vismeel, maar kwalitatief hoge kippenvoer en restanten van ons voedsel (kippen zijn namelijk alleseters). De kippen hebben veel bewegingsruimte en hebben zowel een binnen- als buitenhok. Onze kipjes leren de zon wel kennen en kunnen op hun eieren broeden. Zo nu en dan hebben we opeens een geel donzig kuikentje erbij. Om de kippen te behoeden voor doodbroeden, halen we eens in de twee dagen de eieren op.

We geven onze kippen misschien geen naam, vertroetelen de beestjes niet – daar zitten ze waarschijnlijk niet eens op te wachten -, maar gunnen ze graag een gewoon kippenleven. Oké en vooruit, wij kunnen genieten van heerlijke eieren. Geproduceerd door eerlijke kippen met écht voer. Dat proef je!

 

 

 

Bewaren